De 25 rondjes van Sven Kramer

Sven Kramer weet als geen ander zijn gas- en rempedaal te bedienen. Door volle bak te gaan en slim te rijden. Het MOET morgen goed gaan. Sven wil revanche vanwege twee mislukte 10 kilometers op de Olympische Spelen. Sven is in staat om deze ervaringen om te zetten in vuurwerk, waar hij laat zien wie de koning is op deze afstand.
Behalve fysiek, vraagt dit mentaal het uiterste. Sven in het AD over zijn 10 kilometer: “GAS aan en nergens aan denken.’ Die power dat gaat wel lukken, maar ‘niet denken’, dat is zeer moeilijk tijdens zo’n lange afstand. Je kunt trainen op taakgericht- en positief denken. Tegelijkertijd komen gedachten vanzelf. Kjeld Nuis dacht tijdens zijn gouden 1500 meter: “Zitten, rammen.” Dit zijn taakgerichte gedachten, die helpen als je onder druk staat. Jorien ter Mors dacht op het laatste rechte stuk van haar 1000 meter: “Pap, help mij.” Een persoonlijke gedachte die een extra zetje gaf.
Jochem Uytdehaage vertelde mij, dat hij in Salt Lake City drie rondjes voor het einde dacht: “Als ik nu niet val, dan win ik goud.” In principe een afleidende gedachte. Uytdehaage verving dit door: “Harder afzetten, druk voelen op mijn benen, Tsjeh, tjseh.” Dit laatste is het geluid van ritmisch afzetten met de schaats. Jochem schaatste naar goud. Sven GAS erop!, zitten, rammen, tsjeh, tsjeh! www.gasenrem.nl

GAS erop, de Olympische Spelen zijn begonnen

Een zappduim en een hartslag van 180. Het schakelen op NPO 1 en 2 tussen de 3000 meter Ireen Wust en de 1500 meter Sjinkie Knegt is ook voor mij als kijker stressvol. Dan is daar ineens Carlijn Achtereekte die zichzelf verrast met een gouden plak, prachtig! Hier heeft ze jaren voor getraind en alles klopte vandaag. Deze race heeft ze vaak gevisualiseerd, ze weet wat ze kan. Toch helpt haar onbevangenheid haar ook, waardoor ze volle bak durft te gaan. Onbevangenheid ontstaat doordat er er in het brein minder of nog geen herinneringen zijn opgeslagen waarin het mis gaat. Gas geven gaat daardoor makkelijker, doordat je nog geen waarschuwing krijgt; ‘Pas op, straks….’
Zo zegt Ireen Wüst over haar eigen race: “Ik dacht nog: Zal ik het laatste stuk mijn armen losgooien, maar daar kan ik ook te wild door gaan rijden, dus daarom heb ik het maar niet gedaan.” Dit zijn twijfel gedachten die je de kop kunnen kosten, als het gaat om acht honderdste van een seconde. Hier is het juist de ervaring, die ook kan tegenwerken.
Terug naar Sjinkie op net 2. Hij rijdt slim en doet in de in de eerste twee ritten precies wat moet doen. Zo is hij snel genoeg en blijft overeind. In tegenstelling tot een aantal tegenstanders die als curlingstenen de matten in glijden. Bij shorttrack moet je veel meer, dan bij het lange baan schaatsen rekening houden met je tegenstanders. Het ligt daardoor niet altijd alleen aan jezelf. In de finale rijdt Sjinkie naar het zilver. Een fantastische prestatie, maar toch…. het berekende rijden, kan je ook ‘te veel’ op veilig (REM) zetten. Had Sjinki niet vol GAS de Koreaan aan gort moeten rijden ook aan het einde of was dit de beste zet?
De Olympische Spelen zijn begonnen. Ik zeg: GAS erop!

Filmopnames Film De Maakbare Mens

Vandaag een spannende dag bij de Intime Tennis Academy. Er waren opnames van de mentale training voor de documentaire ‘De Maakbare Mens’ van Menna Laura Meijer. Na de zomer te zien op het filmfestival en bij de NCRV/KRO. De inhoud ging over ‘aandacht en concentratie’. Deze tennissers zijn zo leuk en slim, dat ga je zeker terug zien. Over een maand komen ze nog een keer filmen bij de mentale training op de baan.

Winnaarsgedrag. Karatebond

Wie wil het het liefst? De Bondscoach karate zet met deze vraag zijn karateka’s op scherp. Ze moeten ter afsluiting van een fysiek circuit ‘planken’. Wie wil het het liefst? Het is een mooie vraag. Is de motivatie bij de karateka’s die dit het langste volhouden hoger, ik vraag mij het af? Het is de start van de mentale training bij de karatebond in aanloop naar het Europees kampioenschap. Aan bod komt: GAS-REM methode + hoe zie je dit terug in je prestatiegedrag tijdens wedstrijden / winnaarsgedrag. Het wordt een combi-training van mentale theorie en direct de mat op. De karateka’s ervaren hoe zij het maximale uit hun acties halen en wat hun hierin tegenwerkt.

Gas en REM zie je terug in het technisch en tactisch handelen van de karateka. Hieronder zie je op welke manier:

Technisch: GAS REM
Inzet Explosief Voortbeweging, afstand
Impact/eindpunt Snel reageren Controle
Afronding Dynamiek Souplesse
Uitstraling/overtuiging Agressie, venijn Beheersing
Kracht en snelheid Actie Balans
Tactisch: GAS REM
Timing Impuls Bewust
Afstand Kansen creeren Strategie
Schakelen Snelle keuze techniek Tegenstander lezen
Initiatief Zelf bepalen wat er gebeurd Juiste keuze
Kansen creeren Doorgaan Gaten zien
Actie/rust Actie Rust

Afhankelijk van je tegenstander en je wedstrijdverloop zet je jouw GAS en REM in. Je doet veel op instinct waarbij je snel reageert en keuzes maakt op impuls. Soms als een tactiek niet werkt is het zinvol om terug te schakelen en heel kort je strategie aan te passen. Zo toon je scherpte en slimheid. Belemmeringen zie je ontstaan door ‘te veel GAS’, waarbij je als karateka zo graag wilt en daardoor als een ‘kip zonder kop’ te keer gaat. Wanneer dit mislukt ontstaat frustratie en daardoor nog meer onbesuisde acties. Zonde, want wanneer je ‘felheid’ zinvol inzet kun je sneller, dan een ander explosief reageren en je agressie en venijn gebruiken voor kracht en snelheid. ‘Te veel REM’, dus te veel nadenken is dodelijk voor karateka’s, omdat dit het reactievermogen verstoord. Het lukt je dan onvoldoende keuzes te maken. Een berisping voor passiviteit van de scheidsrechter ligt op de loer, wat je nog meer stof tot nadenken geeft. Je kracht rust en souplesse en je tegenstander lezen komt er dan niet meer uit.

Wat doe je dan?

Ga na of je eerder en wanneer je in te veel gas of te veel rem schiet. Wanneer je dit herkent kun je afremmen of juist gas geven.

Remmen

  • Ademhaling;
  • Drie belangrijkste punten nemen waar je op let in de wedstrijd;
  • What if?
  • Oplossingen zoeken voor problemen vooraf; Tegenstander-analyse (oordeelvrij, als een schaker), als hij dit doet, dan doe ik…;
  • Kijken.

Gassen

  • Powervolle zelfspraak;
  • Jezelf in het gezicht slaan/sprongetjes maken;
  • Visualiseren (beste wedstrijd, goede acties);
  • Muziek;
  • Wat jou oppept.

Op de mat.

Het klinkt allemaal zo simpel ‘beetje ademhalen en wat positiefs zeggen’, maar wat heb ik eraan op de mat? Samen met bondscoaches Geoffrey Berens en Stuart Kemp heb ik de mentale training verwerkt in de fysieke training. Doel is dat de karateka’s herkennen of ze eerder in te veel GAS schieten of juist in te veel REM en nagaan hoe zij balans tussen GAS en REM krijgen. Dan zijn ze tactisch en technisch op hun sterkst. De oefeningen*:
• Al bij het eerste tikspel met opdrukken, zie je welke karateka’s direct vol in de aanval gaan en wie er kiezen voor veiligheid. De aanvallers moeten zich vaker voor straf opdrukken, maar schakelen meer tegenstanders uit. Zij die kiezen voor veiligheid staan meer stil en letten meer op de acties van anderen. Hierdoor hoeven zij zich minder vaak op te drukken. Na elke oefening wordt kort de koppeling naar de wedstrijdsituatie gemaakt. Hoe werkt dit voor jou en hoe zie je dit terug op de mat?
• Het volgende is sprintjes trekken. Hierbij moeten ze precies op het juiste moment reageren. Ook hier zie je ‘te veel gretigheid’ en ‘aarzeling’ terug. ‘Bam’ precies op het juiste in actie komen vraagt focus. Dit lukt alleen als jij jezelf volledig richt op die signalen die ertoe doen (startsignaal, daarna het eindpunt).
• Winnaarsgedrag. Nog voor aanvang van de partij geef jij je visitekaartje af. Blijf jezelf, maar door je manier van lopen en kijken laat jij zien dat je er klaar voor bent. Hoe dit eruit ziet verschilt per karateka, dat konden we goed zien bij het oefenen. Wees voorbereid op het gedrag van je tegenstander. Zo vertelt Geoffrey Berens dat hij bij een wedstrijd tien minuten moest wachten voordat hij de mat op mocht. Zijn tegenstander bleef hem de volledige tien minuten recht in zijn ogen kijken. Hij heeft toen een punt net achter zijn tegenstander gepakt en daar zijn blik op gericht. Het gaat erom dat jij weet wat jij doet, als het jouw overkomt.
• Sparren met een taak. De karateka’s krijgen verschillende opdrachten gericht op techniek/tactiek of ‘de ander irriteren’. Vooral die laatste is heel grappig om te zien. Wanneer de karateka aan iets anders denkt, dan zijn taak moet hij kort zijn hand opsteken en weer verder gaan. Nummer drie telt hoe vaak. Ga na afloop na of het lukte om te focussen op de taak of werd de aandacht op randzaken gericht. Je zag dat vooral de meer ervaren karateka’s vaker hun hand opstaken. Waarschijnlijk omdat zij zich meer bewust zijn van afleiding.
• Wedstrijdjes met scheidsrechter en zuivere tijd. Doel is winnen. De groep is stil en maakt vooraf een keuze wie zij denken dat er gaat winnen en gaan aan de kant van deze karateka staan. Tijdens de partij kunnen de toeschouwers nog wisselen van kant. Dit onderdeel liet alles van de mentale training zien. Vol aanvallen, slimme keuzes maken, maar ook stil vallen en niet meer weten hoe het op te lossen. Advies voor de karateka’s die stilvallen is te oefenen met een signaal dat ze weer in beweging zet, bijvoorbeeld: ‘bewegen, afstand, aanvallen’.

Mentale training is trainen. Van de karateka’s en hun coaches wordt verwacht dat ze de geleerde vaardigheden de komende weken oefenen. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de fysieke training. Je kunt dit verweven in de stof. Bijvoorbeeld: Een minuut ademhalen voordat ze de partij ingaan of als je een taakgerichte opdracht geeft na afloop te vragen: “Lukte het jou om je op je taak te richten”, “hoe zou je dit in de wedstrijd oplossen”, “hoe pak jij de regie?” Zo gaan de karateka’s mentaal voorbereid naar het EK.

*Oefeningen zijn ontwikkeld samen met inspanningsfysioloog Roche Silvius. Inhoud deze training in samenwerking met Karatebondscoach Geoffrey Berens.

 

 

De kunst van het wachten. Horses Magazine

Wachten……. Wedstrijden kenmerken zich over het algemeen in lang wachten tot je aan de beurt bent. Het is maar een korte piek waarin je laat zien wat je kunt, en daarna weer wachten…… Rustmomenten geven ruimte om te denken. Denken over wat er gaat komen en hoe het ging, kan heel nuttig zijn, maar ook heel verstorend. Zeker wanneer zorgelijke gedachten de overhand krijgen, waardoor twijfel ontstaat over de prestatie die je wilt leveren (“Als het maar goed gaat….”). Als wedstrijdruiter moet je weten hoe je de pauzes zinvol besteedt, zodat je jezelf mentaal oplaadt, in plaats van afbreekt. Ik wil je meenemen in deze mentale voorbereiding door een uitleg over de hersenen van de ruiter.
Je hebt een emotioneel brein. Ik noem dit je GAS. Dit brein zorgt ervoor, dat je zin hebt in de wedstrijd en je een beetje opgewonden voelt. Voelen is als ruiter heel belangrijk, want dit zorgt dat je connectie maakt met je paard. Dat is nodig om goed te presteren.
Je hebt ook een rationeel brein, je REM. Dit stuk van je hersenen zorgt voor het onderdrukken van ongewenste gevoelens en gedragingen. Het helpt je met bewuste aandacht voor datgene wat je doet. Het zorgt voor logisch denken. Wanneer je bijvoorbeeld als dressuurruiter je hele proef stap voor stap in je hoofd doorneemt, gebruik je jouw rationele brein.
Wanneer je als ruiter ‘te gevoelig’ bent, verstoort dat de rust die je nodig hebt. Die overgevoeligheid ontstaat door ervaringen die je als ruiter eerder opgedaan hebt en die emoties oproepen. De geur in de stal, geluiden of het zien van een tegenstander kan al voor een bepaald gevoel zorgen. Wanneer je eerder een flinke misser maakte of je paard weigerde bij een balk, dan kan het zijn, dat bij een wachtmoment voor een wedstrijd je onbewuste angstsysteem in werking wordt gesteld. Dit geeft je een onprettig onderbuik gevoel, waarbij je je eigenlijk vooral zorgen maakt of het wel goed gaat komen met die wedstrijd.
Tijdens het wachten tot je aan de beurt bent heb je tijd om na te denken. Te veel nadenken is een interne afleider, waarbij je vooral jezelf steeds nerveuzer maakt. Er kan veel misgaan tijdens een wedstrijd. Zeker omdat je prestatieniveau niet alleen van jezelf afhangt, maar ook van je paard. Alleen het helpt je niet, om hier mee bezig te zijn. Hoe drukker jij je maakt, des te groter maak je juist de kans, dat datgene waar jij je zorgen over maakt ook gebeurt.
Je moet daarom weten hoe je ‘remt’ bij ‘te veel emotie’. Heel simpel doe je dit door het tellen van de vlechtjes van je paard. Ook de verzorging van je paard kan rustgevend werken. Je kunt ook mentale vaardigheden inzetten, zoals een ademhalingsoefening, waarbij je door je neus inademt en rustig door je neus of mond uitademt. Daarbij doorloop je in gedachten je strategische plan, waarbij je er één aandachtspunt uitlicht, zoals: “Ik let op mijn timing.”
Je moet ‘gas geven’, wanneer je te veel nadenkt. Zoek collega’s op waar je energie van krijgt, die je aan het lachen maken en die je met hun praatjes wat losser maken. Powervolle zelfspraak helpt, zoals: “Het is onze dag. Mijn paard en ik gaan wat moois laten zien.” Bewegen, even jezelf in het gezicht slaan, zorgt dat je gretig wordt om te presteren. Bekijk tijdens het wachten de situatie ‘oordeelvrij’. Dat wil zeggen dat je neutraal naar de tegenstanders en jezelf kijkt, waarbij je resultaat en ranking loslaat. Zorg dat jij en je paard klaar zijn om te presteren.
Wanneer je ‘de kunst van het wachten’ beheerst, heb je al een voorsprong voordat de wedstrijd begonnen is.

Column Horses Magazine Paardenkrant.nl

 

Stop met piekeren, begin met lekker lopen

Voor Sportrusten schreef ik een blog:

https://www.sportrusten.nl/gedachten-in-de-sport/

Emoties en gedachten in de sport: ben jij een gasser of een remmer?

Emoties en gedachten in de sport: ben jij een gasser of een remmer?

Hoe je een marathon aanpakt zegt veel over hoe je zelf in elkaar steekt. Aangeboren en aangeleerde eigenschappen in het dagelijks leven zie je terug in je handelen op de dag van de marathon, maar ook in je voorbereiding. Met behulp van de GAS en REM-methode wil ik je laten zien hoe je persoonlijkheid van invloed is op je prestatiegedrag tijdens de marathon.

Gassers:

Gassers reageren op emotie, zijn impulsief en sociaal gevoelig. Ik ben zelf ‘een Gas-gever’.

De voordelen en de gevaren van een gas-gever leg ik uit aan de hand van wat voorbeelden van mezelf. Vermoedelijk herkenbaar als je zelf een gas-gever bent.

Zo presteer ik, wanneer ik in prettig gezelschap ben beter. Het helpt mij als er gelachen wordt. Tijdens Roparuns en estafettes in het buitenland liep ik met heel weinig slaap juist op mijn hardst. Ik heb één keer in mijn leven de tien kilometer binnen de veertig minuten gelopen en dat was doordat Michel (nu mijn man) met mij meefietste en ik door verliefdheid vloog.

Tussen 1999 en 2004 heb ik tien marathons gelopen. De meeste marathons liep ik zonder plan (Rotterdam (3x), Leidsche Rijn, New York, Parijs, Auckland, Helsinki)

Mijn snelste was de marathon in Parijs in 3u42′.

Lekker gelopen, voor mijn doen geen goede tijd

De marathon van Berlijn is de enige marathon die ik liep op hartslag. Ik lette niet op mijn snelheid, mijn hartslag was leidend. Na dertig kilometer was ik echter nieuwsgierig en keek toch op mijn klok. Ik zag dat het voor mijn doen langzaam ging, maar kon dit niet meer versnellen naar een echt goede tijd. Mijn eindtijd: 3:45, niet zo snel voor mij, maar wel mijn lekkerste marathon ooit. Ik heb genoten van een prachtige stad en het enthousiaste publiek.*

Ik loop het liefst op gevoel. Zonder hartslagmeter, zonder uitgestippeld plan. Tien, twintig, dertig kilometer, de mooiste stukken heb ik met de EUR Roadrunners gelopen. In Kenia rende ik bijvoorbeeld een wedstrijd in de bloedhitte met veel snelle Kenianen. Ik werd allerlaatste, maar heb genoten van de sfeer en de tientallen kinderen met me meerenden.

Daniëlle Driessen (midden) met toplopers Luc Krotwaar en Vivian Ruijters in Kenia.

Als emoties het overnemen en het mis gaat

In Amsterdam liep ik voor het eerst met een schema. In de voorbereiding had ik geen training gemist en mijn doel was onder de 3u30 te lopen. Ik startte echter te snel (‘te veel GAS’) omdat ik me heel goed voelde en kwam daardoor aan het eind te kort. Ik liep 3.31.

Ook bij mijn elfde marathon in Rotterdam ging het mis.

Mijn tijden waren langzamer dan een paar jaar geleden. Ik heb een drukke praktijk en inmiddels kinderen gekregen, dus mijn opgegeven tijd van 4:00 uur leek realistisch. Maar ik stond vooraan in de tweede startgolf  en een bekende van me stond achteraan de eerste startgolf. Hij zwaaide en ik liep zo door de security naar zijn vak. Nu stond ik tussen lopers die 3u30 als doel hadden – een tijd die ik ooit ook gelopen had – en als vanzelf ging ik met hun tempo mee. Het voelde heerlijk, alsof ik weer student was….

Tot bij zevenentwintig kilometer de klap kwam, veroorzaakt door kramp omdat ik te snel was gestart. Het kostte mij zeker twintig minuten op mijn eindtijd. ‘Kip zonder kop lopen’ wordt afgestraft bij de marathon.

Remmers:

Hardlopers die sneller op de REM staan, reageren op ratio en controle; ze zijn resultaatgevoelig. Hun rationele brein heeft de overhand en ze volgen een strak schema voor een duidelijk doel. Zo werk je stap voor stap op een duidelijke manier naar je doel toe.

Het horloge – met hartslag of tijd – is voor de gasser heilig, want hiermee kun je precies zien of je op schema zit en het juiste tempo loopt.

Als een ‘remmer’ volgens zijn schema dertig kilometer moet trainen en hij is na 29,2 kilometer terug, dan gaat hij 800 meter rondjes lopen rond zijn huis.

Gedachten in de sport

Slecht nieuws voor remmers: je hebt niet alles onder controle

Te veel ‘REM’ zit dwars. Als loper heb je immers niet over alles controle. Zo kan paniek toeslaan, als je bijvoorbeeld wat trainingen mist door een griepje. Nadenken is een belangrijke eigenschap van de remmer, alleen ‘te veel denken’ werkt nadelig.

Het weer, kleding, het aantal gelopen kilometers, de tijd om naar de start gaan, het wachten, de toiletten, het drinken onderweg. Teveel denken slaat om in piekeren en je kunt je nog zo goed voorbereiden, er blijft een aantal onvoorspelbare factoren waar jezelf geen invloed op hebt.

Het lange nadenken werkt energieverspillend en zorgt dat je juist in je acties vertraagd.

Koester jouw eigenaardigheden, maar weet wel hoe je ze positief richting geeft

Ga na of je eerder in ‘te veel GAS’ of ‘te veel REM’ schiet en pas onderstaande adviezen toe, speciaal voor als je met een schema voor een halve of hele marathon traint.

De Gassers:

  • Ga eerst eens rustig zitten. 100 dagen is te overzien, maar kijk inhoudelijk of jij je aan dit schema kunt houden.
  • Schaf niet alleen die hartslagmeter aan, maar gebruik ‘m ook.
  • Een 14 km schema is gebaseerd op max 14 km. Dus als je allerlei gekkigheid tussendoor wilt doen, besef dat je lijf dan meer tijd nodig heeft om te herstellen.
  • Maak een plan voor de marathondag en houd je eraan.
  • Leer ademhalen voor rust. Door te tellen zet je jouw rationele brein aan.

De Remmers:

  • Profiteer van het duidelijke schema, maar accepteer als het soms anders gaat;
  • Train af en toe zonder horloge of hartslagmeter. Ga met je gevoel na wat jouw marathontempo is;
  • Laat je niet gek maken, wanneer je hardloopcollega’s wel al die lange stukken lopen. Zij volgen hun plan, jij volgt jouw eigen plan;
  • Maak een paar sprongetjes in het startvak en sla jezelf in je gezicht voor energie;
  • Pak maximaal drie punten waar jij je aan gaat houden met de marathon;
  • Pas je mogelijkheden aan de omstandigheden aan.

Meer weten of mentale training? Kijk ook op de website Flow Mentale Training.

* Noot van Sportrusten: als je écht op marathonhartslag loopt – dus met een goede test voor je omslagpunt en VO2max/kg – dan loop je op de hartslag die je (dicht)bij je PR brengt.

Mentale training voor sportmasseurs

In 2004 haalde ik mijn bevoegdheid als klassiek- en sportmasseur. Ik heb deze opleiding gedaan, voor de koppeling tussen fysiek en mentaal. Ik wilde weten hoe het lichaam in elkaar steekt, zodat ik bijvoorbeeld het effect van spanning kan verklaren. Als sportpsycholoog heb ik daar profijt van, wanneer ik bijvoorbeeld ademhalings- of spierontspanning-oefeningen met de sporter doe. Daarom vind ik het ook mooi dat ik nu via Sportmasseursnetwerk Nederland en MSP-opleidingen mentale training ga geven aan sportmasseurs.  Juist op zo’n massagetafel gaan sporters praten weet ik uit ervaring. Als sportmasseur lever je dan ook een belangrijke rol in de mentale begeleiding. Je moet daarbij goed je grenzen weten, maar ook hoe je iemand stimuleert tot een zo’n goed mogelijke prestatie.

Wil je aanmelden doe dit dan via onderstaande link.

GAS en REM in de sportmassage: Mentaal sterk masseren

17 januari 2018 19:30 – 21:30 uur
MSP Opleidingen, Rooseveltstraat 12, Leiden € 12,40 excl. btw

Sportmasseurs (en sportzorgmasseurs) bieden fysieke ondersteuning, maar kunnen ook mentaal een belangrijke rol spelen. De vertrouwdheid met de sportmasseur en de massagetafel lokken uit tot praten. De sportmasseur weet daardoor vaak veel van de sporter. ‘GAS en REM in de sportmassage’ maakt je bewust van het effect van je gedrag als sportmasseur op de prestaties en welbevinden van je sporters. Hoe creëer je een veilige en vertrouwde omgeving als sportmasseur, maar geef je ook jouw grenzen aan? Hoe ziet jouw rol als sportmasseur eruit in de mentale begeleiding?

Inhoud

In deze workshop wordt sportpsychologische theorie gekoppeld aan de praktijk. Als eerste wordt nagegaan welke betekenis ‘mentaal’ voor jou heeft als sportmasseur. Wat beheers je al en waar loop je tegenaan? Met je collega’s kun je informatie en kennis delen. Theoretisch wordt verduidelijkt hoe de koppeling tussen fysiek en mentaal werkt. Dus welke invloed hebben emoties (GAS) en gedachten (REM) op prestatiegedrag? Welke bijdrage kun je als sportmasseur leveren, voor een evenwicht tussen het GAS en REM (de optimale spanning). Wanneer je weet hoe dit werkt, kun je de sporter helpen scherp te zijn op het juiste moment.

Piekeren of over-analyseren (te veel REM) en te veel emotie (te veel GAS) kan zorgen dat een sporter stress ervaart.

Te veel spanning kun je voelen in de spieren en is zichtbaar in het gedrag van de sporter. Als sportmasseur kun je ‘te veel spanning’ signaleren en de sporter helpen om ‘te dimmen’ of juist ‘gas te geven’. Dit doe je door passende massagetechnieken (sederend of activerend) toe te passen. Daarnaast kan een motiverend gesprek helpen of juist oefeningen gericht op ontspanning, zoals: ademhaling-, ontspanning-, aandacht- en concentratieoefeningen.

Tijdens deze workshop ga je zelf aan de slag met deze mentale vaardigheden, zodat je ervaart hoe het werkt. Er wordt besproken wanneer en hoe je deze technieken als sportmasseur kunt inzetten rondom wedstrijden.

Doel

Wanneer je mentaal sterk masseert, zorg je voor een positief sportklimaat en vergroot je de kans op succes!

Bewustwording van effect van je eigen gedrag als sportmasseur op het prestatiegedrag en welbevinden van de sporter;
Je leert aansluiten op de mentale behoeftes van de verschillende sporters;
Je oefent met de toepassing van mentale vaardigheden voor presteren onder druk.

 

The Hague Grand Prix Judo

Zondag gaf ik een presentatie over toepasbare sportpsychologie voor Coachplatvorm van Topsport Den Haag. Een mooie plek, want na afloop konden we de theorie terugzien in de finale van The Hague Grand Prix Judo. In mijn praatje voor de coaches ging het o.a. wachten vlak voor aanvang. Wat zeg je als coach tegen je sporter(s) en hoe doe je als coach?
Bij judo geven de trainers de judoka’s flinke klappen op de schouders en gezicht. Dit doen ze om power op te wekken. Als het goed is, hebben zij met hun judoka’s afgesproken wanneer en hoeveel informatie ze nog willen zo vlak voor wedstrijd. Mijn advies is: stuur ze met één duidelijke opdracht de mat op. Bijv ‘hoog tempo’ is een instructie die je mee kan geven. Dat klinkt logisch, maar juist bij twijfel zie je dat bewegingen en voetenwerk vertraagd, wat averechts werkt
Bij judo wil je de tegenstander op zijn rug krijgen. Dat start met een goede pakking, zorgen dat jij de controle hebt. Mentale factoren die hierbij een rol spelen zijn bijv: zelfvertrouwen (weten dat jij de sterkste bent), concentratie (taakgericht handelen) en aandacht (ruimte om te scoren zien). Dit zijn vaardigheden die je richting een toernooi kunt trainen, zodat ze bij de wedstrijd ingezet kunnen worden.

Pedagogisch sterk coachen

Zelfs al zeg je helemaal niets als ouders wanneer je aan de kant zit, toch weet je kind of je tevreden bent of niet. “Dan trekt mijn vader zijn wenkbrauwen omhoog”, vertelde een tennisser mij eens. Als mijn moeder zegt “Doe je best, dan weet ik dan MOET ik het goed doen,” zei een ander. Talentvolle sporters zijn vaak al behoorlijk kritisch op zichzelf. Zij irriteren zich aan fouten. Dit zorgt ervoor, dat ze precies weten wat er misging. Alle informatie die je als ouders nog achteraf geeft over de wedstrijd (bijvoorbeeld “Je had nog best kunnen winnen” of “Als je rustig was gebleven.”: ZE WETEN HET ALLANG…

Wat doet je dan wel? Daar ging het vrijdagavond over bij de tennisouders van de Intime Tennis Academy. Hier wat tips:

Remmen bij te veel emotie:

  • What if. Zoek vooraf oplossingen voor problemen;
  • Accepteer zelf snel dat je kind een belangrijk punt verliest;
  • Wees terughoudend met juichen bij winst en verlies;
  • Stel neutrale en oordeelvrije vragen (stap voor stap);
  • Wacht met vragen tot een kwartiertje na de wedstrijd.

Gassen bij te veel nadenken/twijfelen

  • Muziek/kletsen in de auto;
  • Iets doen tijdens ’wachten’;
  • Zeg iets positiefs/wat power geeft;
  • Maak van spanning iets logisch als je gaat presteren.

Vraag op een rustig moment na wat je kind helpt bij presteren, maar benoem ook wat je zelf verwacht in gedrag. Zo worden jullie een sterk team.

tennisouders Intime Tennis Academy

Mijn dag, ik bepaal wat er gebeurt!

Mijn dag, ik bepaal wat er gebeurt!             

Sport is veel meer dan alleen je actie goed uitvoeren. Voor aanvang bij het binnen lopen van de zaal of het veld worden de eerste punten gescoord. Zo ging ik een paar jaar terug, kijken naar verspringen bij het WK Atletiek. De atleten liepen keurig achter elkaar in een rijtje naar binnen. Op één atleet na. De latere wereldkampioen liep ongeveer tien meter achter de rest en gebaarde het publiek voor hem te applaudisseren. Nog voor de wedstrijd liet hij zien ‘Hier ben ik’.

Bij jonge sporters geldt eveneens ‘de wet van de sterkste’. Wie laat er zien dat hij of zij beter is, dan de ander. Wie houdt zijn hoofd recht bij fouten en toont power in zijn uitstraling. Bij voetbal train ik soms jongens die haast ‘sorry’ zeggen, wanneer ze de bal opeisen. Terwijl het toch echt helpt, wanneer je in je houding en acties laat zien, dat het vanzelfsprekend is, dat jij er met die bal vandoor gaat.

Bij tennis vind ik dat spel helemaal mooi. Wie bepaalt, gaat wat geniepiger. Spelers die heel langzaam hun tas uitpakken, terwijl de ander al klaar staat. Hard ‘uit’ roepen, terwijl de bal toch echt ‘in’ was. De bal heel hard naar de tegenstander rammen, wanneer deze ballen nodig heeft om te serveren.

Afgelopen vrijdag heb ik tennissers getraind op ‘onverstoorbaarheid en power’.  Wat laat je zien wanneer je zelf de controle hebt? Je kunt jezelf sterk tonen, zelfs al voel je dat misschien niet altijd. Jouw dag, jouw partij, jij bepaalt wat er gebeurt.

www.flowmentaletraining.nl bij Intime Tennis Academy